Invloed van de zuidelijke roodbontfokkerij in Duitsland

Rheinland
Het landras aan de Nederrijn tussen het Ruhrgebied en de Nederlandse grens was van oudsher overwegend roodbont en van origine verwant aan het MRIJ-ras. Men sprak vroeger wel van het Kleefse veeslag. Het Cuijkse vee heeft veel bijgedragen aan het ontstaan van dit veeslag. Reeds op het einde van de 19e eeuw werd de fokkersvereniging opgericht. Al spoedig ontstond in de Eifel (omgeving Monschau) een tweede fokgebied van de Rheinlandse roodbonten. Onder invloed van de grote stamvader John 1 ging de kwaliteit van het vee sterk vooruit en vond export van fokvee plaats naar Westfalen, Hessen en zelfs naar Pommeren. Op hun beurt kochten de Rheinlanders ook weer fokdieren in Nederland. Dit was al het geval voor 1891, toen de grenzen voor lange tijd gesloten werden voor de import van levend vee. Naar verluidt zou zelfs de beroemde stamvader John 1 rechtstreeks uit Nederland gesmokkeld zijn en zou hij in 1902 bij Alphons Thijssen in Beers geboren zijn. Maar officieel is dit altijd ontkend.

Toen Sjoerd 1 furore maakte in het Land van Cuijk kocht men zijn zoon Anfang uit Lotje, later de Nationale Kampioene van Den Haag 1928, die zelf ook Sjoerd 426 als vader had. Anfang en zijn nafok beheersten in de jaren dertig en begin jaren veertig de fokkerij in Rheinland. Sjoerd 1 ging zelf voor een recordbedrag ook de grens over en dekte daar nog 5 jaar tot 14-jarige leeftijd. In Rheinland sprak men van de enorme levensenergie, die kenmerkend was voor de Sjoerd-familie. Op den duur vond men echter de Anfangfokkerij toch wat te licht worden en greep men terug op het oude bloed van John 1 met stieren als Germane en Grenadier. De nafok van deze stieren uit de oude Duitse lijn ging ook weer naar Westfalen en verder naar Sleeswijk-Holstein.

In de jaren dertig begonnen de boeren in de middelgebergten hun bergrassen om te fokken met roodbonte stieren. Dit gaf een grote impuls aan de roodbontfokkers op hun boerenhofsteden langs de Nederrijn. Maar ook het Land van Cuijk en Limburg leverden veel stieren aan het Eifelgebied en Rheinland-Pfalz. Ook in Saarland ontstond een eigen stamboek voor roodbont vee. Het Rheinlandse fokdoel was een middelzware en “voederdankbare?koe met goede aanleg voor melk- en vleesproductie. De Duitsers kochten bij ons speciaal dieren met een goede bespiering en donkerrode haarkleur uit een moeder met hoog vet en een mooie uier. Te bonte of getijgerde dieren wenste men niet.Uit deze periode stamt de grote invloed van stieren uit het Doel- en het Dirk 4-bloed. Commissionair Jan Arts in Haps en Antoon van Nieuwenhoven in Ospel bouwden er een grote afzetmarkt op. Tussen de zuiderlingen zou in deze periode de IJsselstier Tresor 9807 een belangrijke bloedlijn gaan stichten. Tresor was gefokt bij Dinkelman in Zwiep en meer dan een halfbroer van de Kempische stiervader Betsie’s Theo 2. Toen in de jaren zestig de bergboeren overgingen naar de KI droogde de stroom van stieren naar het zuiden grotendeels op en moest A. van Nieuwenhoven uit gaan zien naar een andere kostwinning.

Behoudens het streven naar wat meer maat bleef het fokdoel bij de KI vooralsnog ongewijzigd. Een fokkerij-studiereis uit het Bergische Land ten oosten van Keulen vond in 1972, na grondige studie in Gelderland/Overijssel, de mooi geuierde en donkerrode Liesje 2’s Jan-dochters in Peelland de beste koeien in ons land. Rond deze tijd begon men sperma te importeren van Brabantse fokstieren, zoals Jeanette’s Gustaaf en Alexander. Spoedig gevolgd door wachtstieren, die in afwachting van hun examen in Brabant wel tijdelijk gemist konden worden. Zo kwamen stieren als Prins 2 en Betsie 19’s Mars in Rheinland op de KI terecht.

Zelfs fokstieren, die hier voldoende sperma-voorraad geleverd hadden, zoals Pasca 3’s Nollus, Frieda 7’s Jan en Wiljan, vonden een nieuwe standplaats bij de Duitse KI-stations verspreid over het ganse land. Sommige van hen kregen royaal kansen als stiervader in hun nieuwe vaderland. Prins 2 leverde in Duitsland een vergelijkbaar aantal zonen op de KI als in Nederland, wat hem deed uitgroeien tot de voornaamste MRIJ-vader internationaal gezien. Niet minder dan 12 zonen van Prins 2 brachten het in Duitsland tot fokstier.

Aan al dit moois kwam vrij abrupt een einde, toen de Red Holsteins op het toneel verschenen. Ieder fokgebied werd gedwongen om voor zich uit te zoeken, of en hoe het HF-bloed benut kon gaan worden in de eigen roodbontfokkerij. In Rheinland leverde het gebruik van RHF-sperma al spoedig de buitengewoon beste showkoe Erle van Käthe Cranen uit Raffelsbrand op, die op de Nationale Duitse Show in Műnster in 1981 furore maakte en veel boeren over de streep trok om de Amerikaanse stieren te gaan gebruiken. Erle was van de stier Alchar Marquis Jason, in het Rheinland omgedoopt tot Max. Haar moeder was uit de Manus-Mandolf-lijn. Erle leverde veel stieren voor de KI, en ook enkele in ons land. Haar zoon Alpenking bracht het in Duitsland tot stiervader.

Rheinland

A. Stamvaders waaruit een eigen bloedlijn ontstaan is
Anfang
3794
V. Sjoerd 1
M. Lotje
MV. Sjoerd 426
f. Wed J Hermanussen, Beers
Karl
3971
V. Sjoerd 37
M. Doortje
MV. Jacob 930
f. W Janssen, Beers
Markgraf
6046
V. Mina’s Sjoerd 2
M. Grada 3
MV. Sjoerd 1
f. J Lemmers, Haps
Segest
6138
V. Diena’s Sjoerd
M. Sisca 2
MV. Johan 1806
f. C v Raay, Beers
Betje’s Prinz
7072
V. Prins 5815
M. Betje 5
MV. Liza’s Karel 2
f. A Bens, Beers
Selm
7790 E. 1
V. Seike 1’s Sjoerd
M. Elsje
MV. Sjoerd 3
f. W Siebers, Rindern
Wodan
7795
V. Dora’s Dempsey
M.Wilhelmine
MV.Liza's Dempsey
f. F Remy, Niel
Caprivi
9810
V. Cato38’s Prins
M. Betje 26
MV. Jumbo 17
f. M Schraven, Escharen
Pedro
10155 E. 2
V. Doel 12033
M. Peeltje
MV. Oscar 6200
f. H Bardoel, Mill
Dirk
11030 E. 2
V. Dirk 4
M. Betje 19
MV. Leida’s Dempsey
f. M Schraven, Escharen
Nestor
12215
V. Nico 1
M. Dia
MV. Tilla 21’s Prins
f. A Ploegmakers, Heesch
Columbus
12722
V. Cato 16’s Prins
M. Hanna 18
MV. Rudolf
f. J Wientjes, Cuijk
Franz
12729
V. Frans 15704
M. Leni
MV. Nelly’s Sjoerd 2
f. Joh v Dijk, Gemert
Manus
13001
V. Marie’s Dirk
M. Antonia
MV. Aafke4's Dempsey
f. B Janssen, Oirlo

B. Andere belangrijke stieren
Franz
1120
V. Peter 441
M. Corrie
f. B Heiltjes, St Agatha
Niel
1150
V. Jacob 930
M. Pietha
f. Wed J Hermanussen, Beers
Wotan
5140
V. Alwinus 3165
M. Antje
MV. Jacob 1
f. B vd Ven, Zeeland
Sieg
6301
V. Prins Johan
M. Jeanette 7
MV. Doel v Gassel
f. J Heurkens, Beers
Udet
8329 E. 2
V. Stina 3’s Prins
M. Anna 3
MV. Jacobus 8
f. H v Dijk, Beers
Kalif
8391
V. Karel 3 3992
M. Jansje
MV. Max
f. C v Oers, Alem
Jost
8766
V. Mina 5’s Juul
M. Cato
MV. Ella’s Sjoerd
f. N Ambrosius, Horst
Dora’s Jumbo
9193 E. 2
V. Jana 38?s Jumbo
M. Dora 11
MV. Oscar 6200
f. B Bens, Mill
Mars
9538 E. 2
V. Stina 3’s Prins
M. Martha 7
MV.Willem 3
f. M vd Boogaard, Beers
Rita’s Jumbo
9635
V. Lieske’s Jumbo
M. Oscar’s Rieta
MV. Oscar 6200
f. J v Kempen, Mill
Jan Baas
9677
V. Julia’s Jan
M. Leida 15
MV. Hendrik 77
f. Th Arts, Haps
Jul
9764
V. Juul 11218
M. Marga 3
MV. Oscar 6200
f. M Ermers, Mill
Julius
10020 E. 2
V. Anna's Prins
M.Miena 34vdN
MV.Lydia 4's Juul
f. Th Cloostermans, Katwijk
Baldo
10160 E. 2
V. Corrie’s Baldo
M. Stina 6
MV. Prins
f. A Peijnenburg, Boxtel
Rolf
10810
V. Roland 9600
M Corrie
MV Keetje’s Jan
f.W v Keijsteren, St Agatha
Wilson
11015
V. Paula 6’s Willem
M. Grietje 1
MV. Roland
f. W Egelmeers, Haps
Primus
11043 E. 2
V. Dora 1’s Prins
M. Johanna
Friderikus
11910 E. 2
V. Stiena’s Frits
M. Koosje 5
MV. Roland
f. J Peters, Haps
Capri
12084 E. 2
V. Roza 2’s Prins
M. Cato 8
MV. Stina 3’s Doel
f. Th Botden, Sambeek
Dorus
12085 E. 2
V. Sientje 16’s Doel 1
M. Dora
MV. Prins
f. G Willems, Beers
Paulus
12726 E. 2
V. Dina’s Paul
M. Jenni 40
MV. Paul 9748
f. H Scheres, Meyel
Panther
12757
V. Manda’s Paul
M. Emma 11
MV. Dora 8's Juul
f. H v Nuland, Heeswijk
Fred
13070
V. Frans 15704
M. Truus 9
Luzio
14200 E. 2
V.Theo 18453
M. Lucia 1
MV. Anna’s Dempsey
f. M v Rooi, Lieshout
Orion
15060
V. Ria 9's Boris
M. Rudy 8
MV.Bertha8’s Dempsey
f. J Vermeltfoort, Lieshout
Bertus
15278
V. Martina’s Fox 3
M. Bertha 8
MV. Jo’s Roland
f. J Peters, Haps
Sjoerd
17300 E. 2
V. Sjoerd 3 v Veldkst
M. Emma 17
f. G Lintzen, Heijen
Jack
18075 E. 2
V. Jeanette’s Gustaaf
M. Els 11
MV. Maurits
f. J de Haan, Ommel
Alex
21675 E. 2
V. Alexander
M. Hilda 10
MV Ospel Frank 23
f. A Frencken, Montfort
Renner
23619
V. Robin
M. Anna 13
MV. Nero
f. Kind Royakkers, Nuenen

Westfalen
Westfalen is van oudsher meer georiënteerd op Gelderland en Overijssel. Reeds in het midden van de 19e eeuw kochten de kopers uit Münster duizenden roodbonte drachtige vaarzen en ook koeien op in de Achterhoek en de IJsselstreek. Zelf had men het Münsterlandse roodbonte of vaalbonte vee, een vrij licht, sober en armgespierd veeslag. Bij kruising bleek, dat er één veeslag verre te verkiezen was boven alle andere: het Nederlandse, wat voornamelijk uit Gelderland afkomstig was. Al in 1892 werd het stamboek voor Münsterland opgericht, spoedig gevolgd door dat voor het Paderborner Land in 1893 en voor Sauerland in 1900. In 1933 ontstond hieruit het stamboek voor geheel Westfalen.

Aanvankelijk kocht men het betere fokmateriaal vooral in het Rheinland. De eerste grote stamvader uit ons land was Udo, in 1924 geboren bij Heurkens in Beers als zoon van Sjoerd 1. Udo bracht robuuste dieren met lijn en dekte tot zijn 10ejaar in Westfalen. Zijn nafok speelde vele jaren een hoofdrol. In de jaren dertig behaalde zijn dochter Pinie drie jaren achter elkaar de Duitse kampioenstitel, evenals tegelijkertijd haar volle broer Ural.

Rond 1930 probeerde men het in Westfalen met Waldemar, een roodbonte stier uit Oost-Friesland. Deze kreeg veel invloed. Zijn zoon Waschbär werd in 1934 verhuurd naar Sleeswijk-Holstein en men kocht daar diens zoon Waschecht, die de Duitse kampioene Primel 2 uit de topstal van Th. Budde-Lohmann in Nottuln tot dubbele grootmoeder had. Primel 2 was uit het Udo-bloed en de moeder van Waschecht had Ansporn tot vader, een zoon van Anfang die uit het Rheinland was ingevoerd. Het Sjoerd 1-bloed verspreidde zich daardoor steeds verder in Duitsland.

Hierna was de beurt aan het wat meer gestopte type van de Gelderse preferente Jan 2111 van Wehl. Als eerste kwam zijn zoon Jan 4256 Wf, die naar zijn standplaats in Westfalen meestal Hohenholter Jan werd genoemd. Hij was in 1928 geboren bij Groen in Wehl en stichtte een belangrijke bloedlijn. Van nog groter belang werd de lijn van Jaap van Truus 11000 Wf uit de beste productiekoe Truus van Roeterdink in Gorssel. Hij had eerst enige tijd bij Hietberg in Raalte gedekt en ook in Nederland kreeg zijn nafok invloed. In Westfalen werd zijn bloedlijn toonaangevend in de vijftiger, zestiger en zeventiger jaren voor de Duitse fokkerij. Vooral zijn nazaat in het 4e geslacht Jakob 22700Wf was een lijnverbreder van formaat.

De fokkers in Nottuln kochten graag een beste stier in Nederland, waar zij dan op hun beurt weer stieren van konden verkopen door heel Westfalen. Zo’n stier was ook Nero 22000 Wf, geboren in 1950 bij Th Janssen in Baak. Zijn vader Neres behoorde ook weer tot de Gelderse Jan-lijn. Nero fokte zowel in productie als exterieur prima en verwierf de hoogste fokonderscheiding Elite 1. Nog was de invloed van IJsselstieren hiermee niet ten einde, want ook Fritz 11999, Alfred 21700 en Trecker 27777 slaagden er in heel belangrijke bloedlijnen te grondvesten. Fritz was gefokt bij G Willems in Olst en had de preferente Theo 4720 als dubbele grootvader. Zijn vader Benno ging later van Olst naar het Rheinland en fokte ook daar goed. Zo is de Theo-invloed in Duitsland groter geworden dan in ons land. De Fritz-lijn gaf vele beste sterke exterieurdieren. Alfred bracht het Twentse exterieurbloed van Boris 7732 met een uitstekende productie in de Duitse fokkerij. Hij was geboren bij J. Koning in Almelo en ook hij werd Elite 1.

Een zeer goede lijn is weer wat later gesticht door Trecker, geboren bij Dinkelman in Zwiep en driekwart broer van de bekende Kempenstier Betsie’s Theo 2. De later ook bij ons gebruikte stier Tempel kwam uit deze lijn voort. In deze periode kwamen ook enkele invloedrijke stieren uit het zuiden, zoals Annie’s Jumbo uit de Venrayse Anna’s Jumbo-fokkerij en Herkules, eerst in Rheinland, later in Westfalen, uit AnneKee C4, de kampioene van de grote Boerenleenbanktentoonstelling van 1949 in Eindhoven.

Het getuigt van vakmanschap hoe de Duitsers met behulp van Nederlandse stieren invulling hebben gegeven aan hun eigen fokkerij. Juist enkele bloedlijnen, die in Nederland dood zijn gelopen, kwamen hier tot grote bloei. Omgekeerd vonden we van het bij ons zo omvangrijke Kasimir-en Gustaafbloed in Duitsland slechts weinig terug. Men zocht in ons land vooral het malse, sterke en behangen type. Vanwege het vele wit raakte Gld/Ov later weer meer uit beeld als aankoopgebied.

Zuid-Oldenburg, halverwege tussen Osnabrück en Oldenburg gelegen met als hoofdplaats Cloppenburg, kende naast de zwartbonten ook een fokkerij van roodbonten. Men fokte er tot WO 2 een “zwartbonte in een roodbontvel”. Na de oorlog schakelde men over op dubbeldoel en haalde stieren uit het Land van Cuijk , Rheinland en Westfalen. Enkele stieren uit ons land deden het buitengewoon, zowel in type als in productie. Stieren als Primus en General kregen later met hun nafok ook weer behoorlijk wat invloed in Westfalen.

De Duitse aankopers hadden een fijne neus voor goede koefamilies en konden ook kritisch zijn, omdat ze gewend waren hoge prijzen te betalen voor stieren en vrouwelijke dieren, als die hen zinden. Zo kochten ze graag uit de beste Beerse stallen, uit de Haardstal van Lemmers in Haps en vooral uit de Betje’s van M. Peeters, later Schraven in Escharen met hun prachtige uiers. Een van de laatste Betje’s ging naar H Budde-Lohmann en Bets, haar stierkalf daar geboren, introduceerde het melkrijke, doch minder gespierde Geertje’s Jan-erfgoed met succes in Westfalen. Een vergelijkbare geschiedenis deed zich voor met Geermar in Sleeswijk- Holstein en samen met Sekundus,die in Oost-Friesland goed fokte, zorgden zij voor een grote verspreiding van dit melkrijke bloed.Later werden de stallen van Piet Goossens en Toon Egelmeers hofleverancier in Westfalen en de laatste vooral ook in Sleeswijk-Holstein.

Steeds waren roodbonten van Nederland naar Duitsland gegaan, maar rond 1970 ging het ook andersom, toen sperma van Duitse stieren naar ons land werd gehaald o.a. om het vele wit terug te dringen. Het betrof in eerste instantie sperma van de stieren Jockel en Astor, later gevolgd door doses van Tempel, Uni, Alex en Mandolf. Ook werden enkele proefstieren uit Westfalen in Brabant ingezet voor de KI. Hiervan heeft Alko het tot fokstier bij KI Land van Cuijk gebracht. Overigens bleek toen al de omrekening van Duitse verervingsgegevens geen eenvoudige zaak te zijn, men had bijv. nog geen rekening gehouden met de genetische trend.

Toen de Holsteins kwamen was de tegenstand aanvankelijk groot. De ommekeer kwam later snel en grondig, toen o. m. aan stiermoeders de eis werd gesteld, dat zij tenminste 135 cm groot moesten zijn. De “reindeutsche”koeien vielen als gevolg hiervan massaal af en de stierenfokkers haastten zich naar de verkopingen in Noord-Duitsland om Red’s te kopen, die uit de zwartbonte HF-fokkerij waren voortgekomen. Het was de stamboekleden niet toegestaan om sperma van zwartbonte stieren op hun eigen bedrijf te gebruiken, ook niet van Redfactor-stieren. Dit heeft tot gevolg gehad, dat de MRIJ-component, die in de huidige roodbontfokkerij in Nederland zo gunstig uitgewerkt heeft, in de Duitse roodbonte stieren van nu grotendeels ontbreekt.

Westfalen
A. Stamvaders waaruit een eigen bloedlijn is ontstaan
Udo
3300
V. Sjoerd 1
M. Gabi
MV. Paul
f. J Heurkens, Beers
Annie’s Jumbo
21700 E. 2
V. Anna’s Jumbo 2
M. Annie
MV. Elsje’s Sjoerd
f. M Arts, Venray
Herkules
21990
V. Benno 5974
M. AnneKee C4
MV. Jacob 5016
f. Wed J v Vlerken, Oerle
Golf
28000
V. Maurits 14032
M. Liza 37
MV. Johan 10664
f. P Goossens, Beers
Bets
30998 E. 2
V. Geertje’s Jan
M. Beate
MV. Sientje16's Doel 1
f. H Budde Lohmann, Nottuln

B. Overige belangrijke stieren
Sjoerd de Haard
3931
V. Peter Sjoerd
M. Anna 2
MV. Piet 360
f. J Lemmers, Haps
Kurfürst
3961
V. Sjoerd 1
M. Cato 2
MV. Sjoerd 426
f. P Barten, Beers
Pitt-Hein
4095
V. Jan Willem
M. Truda
f. J Bloemen, Linden
Marietje’s Jan
12205 E. 2
V. Gerdina’s Jan
M. Marietje
MV. Sjoerd 3
imp H v Vugt, Schayk
Serano
14200 E. 1
V. Seike 1’s Sjoerd
M. Elsje
MV. Sjoerd 3
f. W Siebers, Rindern
Sjoerd
17100
V. Anna Sjoerd 2 vd N
M. Roosje 2
MV. Karel
f. H Cruysen, Cuijk
Robinson
21999
V. Roland 9600
M. Jana 19
MV. Hendrik 42
f. W vd Poel, Haps
Germar
29055
V. Geert 14278
M. Ria
imp C v Kasteren, Berkel-E.
Zeus
29400 E. 2
V. Roza 2’s Prins
M. Dora 73
MV. Doel
f. P Goossens, Beers
Helson
34796
V. Harry 16109
M. Rina
MV. Nico 1
imp H Gerrits, Mill
Sekundus
34978
V. Geertje’s Jan
M. Annie 13
MV. Doel
f. C Lange, St Hubert
Arco
36310
V. Arie
M. Leida 17
MV. Jo’s Roland
f. A v Dommelen, Haps
Sergant
36410
V. Sjoerd de Haard 38
M. Jana 33
MV. Roland
f. W vd Poel, Haps
Tertius
36978
V. Cesar 21201
M.Joke 3
MV. Dora 8's Juul
f. M vd Heuvel, Beek&Donk
Wo
51500 E. 2
V. Liza 52’s Arie
M. Dora 128
MV. Hugo
f. P Goossens, Beers
Varie
55338 E. 2
V. Liza 52’s Arie
M. Pieta 21
MV. Pieta 7's Paul
f. A Egelmeers, Wanroy
Pate
58833 E. 2
V. Prins 2
M. Pieta 61
MV. Jetje’s Arthur
f. A Egelmeers, Wanroy

Süd-Oldenburg
A.
Mina’s Prinz
4780
V. Prins 5815
M. Mina 8
MV. Sjoerd 7
f. C Hermanussen, Beers
Primus
5469
V. Elsje 15's Prins
M. Johanna 8
MV.Nelly 4's Sjoerd
f. J Brienen, Beugen
General
5980
V. George 12328
M. Martha 23
MV. Johan 10664
f. H vd Boogaard, Linden

B.
Baron
5534
V. Cato36's Prins
M.Debora 2
MV.Truda’s Sjoerd
f. M v Sambeek Rijkevoort

Sleeswijk-Holstein
Sleeswijk-Holstein kende vroeger verschillende lokale roodbonte veeslagen. In de poldergebieden werd veel aan vetweiderij gedaan en stond het vlees voorop.Er is vele jaren gebruik gemaakt van inkruising met de Shorthorns. In andere gebieden fokte men meer op melk en vlees en in Breitenburg lag het accent vooral op melk. In de loop der jaren groeide men naar elkaar toe en in 1934 sloot men op de Typschau in Harburg voor heel Sleeswijk-Holstein aan bij de fokrichting, die men toen vaststelde voor geheel Duitsland. Dit had tot gevolg, dat hetzelfde roodbonte fokdoel voortaan nagestreefd werd zoals in overig Duitsland en in Nederland. In eerste instantie kreeg vooral het Waschbär- Waschechtbloed uit Westfalen grote invloed.Daarna kwamen de stieren uit Nederland, bijna steeds uit Brabant of Limburg, die decennia lang de toon mee aangaven. Een van de allereersten was Betje’s Prinz, die men kocht in Rheinland en in Sleeswijk-Holstein omdoopte tot Prinz 1 85500. Hij was ook weer uit de Betje’s van Schraven.

De voorkeur ging uit naar het diepe, malse en gespierde type met hoog vet in de melk. Uit de Gedrukte Stamboeken van het NRS spoorde de fokleider Dr Ratjen in nauw contact met commissionair Jan Arts passende stieren op ongeacht hun standplaats. Bij voorkeur stieren uit de betere “vet?lijnen, zoals het Karel- en het Sjoerd 119- bloed. Het Stamboek kocht zelf een aantal stieren in ons land en plaatste deze in de verschillende districten ter dekking. In dezelfde periode importeerde men vrouwelijke dieren uit vooraanstaande koefamilies, zoals de Stina’s van Martens, de Tonia’s van Th v Raay, de Jeanette’s van Heurkens en de Jana’s van Barten, allen uit Beers. Grote invloed oefende vooral de Tonius - Stinus 1 ?Stinus 11 - lijn uit. Tonius was in de moeder ingevoerd en een zoon van Tilla’s Hendrik 1, ook de grootvader van de Limburgse Paul-lijn. Tonius dekte in Sleeswijk-Holstein de koe Stina 4, waarvan de moeder een volle zus was van Stina 3, de moeder van Stina 3’s Prins. Uit deze paring werd Stinus 1 geboren. Die gaf op zijn beurt met halfzus Stina 6 de stier Stinus 11, de beste vererver van zijn tijd. Zo ging het Nederlandse bloed al snel de boventoon voeren.Gezien de vroegere Shorthorn-invloed had men geen probleem met een vlekpootje.

Rond 1960 herhaalde de geschiedenis zich. Uit de zendingen drachtige importvaarzen kwamen de latere topverervers Amandus en Geermar. Amandus was verwekt bij J. Smits in Gerwen en bracht het melkrijke Anna’s Dempsey-bloed in de Duitse fokkerij. Deze lijn zou in Westfalen worden voortgezet tot in de tachtiger jaren met de stier Zottel, die al een 50% Red HF-koe tot moeder had. Ook het Geermar-bloed zou later in Westfalen een vooraanstaande plaats in gaan nemen. De toegenomen aandacht voor melkproductie en uiers speelde deze lijnen in de kaart.

Ook Corvin was al verwekt, voor zijn moeder Jana 17 van Kerstens in Haps de grens over stak. Hij was een prima vererver en bracht via zijn vader het duurzame Limburgse Jans-bloed uitgebreid in de Noordduitse populatie evenals dat Jan ?Peter deed, die als stierenfokker een uitstekende naam opbouwde.

De overschakeling naar de Holsteins verliep in Sleeswijk-Holstein minder abrupt dan elders in Duitsland. In 1998 werd Toon Egelmeers er gehuldigd als Meester-fokker van de roodbonten. Men kent er anno 2003 nog steeds een eigen Dubbeldoel-programma voor roodbont, dat overigens evenals in Nederland bescheiden van omvang is. De samenwerking is goed tussen beide fokprogramma’s en Duitse stieren als Door en Parole zijn ook in Nederland ingezet.

Sleeswijk-Holstein
A.
Johanniter
88180
V. Rika’s Jumbo
M. Johanna 5
MV. Karel 3275
f. H Cruysen, Cuijk
Tonius
89320 E. 1
V. Tilla’s Hendrik 1
M.Tonia 2
MV. Mina’s Jan
imp. J Teunissen, Haps
Marinus
97500 E. 2
V. Bora’s Paul
M. Marie 5
MV. Flora’s Willy
f. P Hendrix, Geijsteren
Marschall
98300
V. Truuske’s Prins
M. Marie 8
MV. Dora’s Prins
f. C v Deursen, Son
Aldermann
99990
V. Dirk 1
M. Alda 5
MV. Peter 10149
f. C vd Vleuten, St Oedenrode
Amandus
1111 E.1
V. Anna’s Dempsey
M.Amanda 1
MV. Cato 2's Sjoerd
imp. J Smits, Gerwen
Pilsen
1440
V. Pietha’s Dirk
M.Elsje 3
MV. Paul 9748
f. J vd Asdonk, Nederweert
Geermar
1738 E. 1
V. Geertje’s Jan
M.Marietje11
MV.Stientje's George
imp. K ten Haaf, Beers
Corvin
2129
V. Jans 3 Jan
M. Jana 17
MV. Lena’s Paul
f. J Jahr, Hodorf
Cirko
2137
V. Dirk 9
M. Lida
MV. Lena’s Paul
f. H Braker, Schönbek
Jan ?Peter
3320
V. Pieter 17250
M. Jans 2
MV. Lena’s Sjoerd
f. Gebr Kleven, Swolgen
Mino
6830 E. 2
V.Liza 52 Arie
M.Mina 6
MV. Geertje’s Jan
f. W v Keijsteren,Berghem

B.
Prinz 4
87220
V. Prins 5815
M. Jeanette 41
MV. Jacobus 8
imp J Heurkens, Beers.
Johan
87249
V. Johan 2
M. Mietje 8
MV. Tilda’s Karel
f. Kind Gooren, Groeningen
Roland
89099
V. Roland 5299
M. Anna 6
MV. Sjoerd 3
f. H Ardts, Beugen
Karel 3
89100
V. Karel 3275
M. Jana
MV. Willem 1299
f. C v Duijnhoven, Cuijk
Paul
89400
V. Maurits v Ooien
M. Corrie
MV. Sjoerd
f. P Pex, Ohe en Laak
Georg
95500
V. Jana's George
M.Beatrix 3
MV.Jeanette's Prins
f. A Versantvoort, Olland
Togo
96000 E. 2
V. Marie's Prins
M. Toos 2
MV. Mina Sjoerd 15
imp. M Wientjes, Cuijk
Nord
96600
V. Hendrik 10755
M. Mia
MV. Mina’s Jumbo
f. F Rijs, Neer
Pillau
97400
V. Laura’s Prins
M. Pieta 2
MV. Mina’s Sjoerd 15
f. G C?/span>p, Cuijk
Willem
97800
V. Irene’s Willem
M. Roza 7
MV. Roland 9600
f. P Cöp, Haps
Angelus
98600
V. Collie’s Paul
M. Angela
MV. Truuske’s Jan
f. A Reimers, Fitzbek
Heidjer
1550
V. Mina 14’s Hein
M. Jet 21
MV. Bertha’s Jan
f. P Geraets, Kessel
Gudo
4488
V. Nella15's Paul
M.Truuske 3
MV.Jumbo 18
f. P v Nieuwenhoven,Ospel
Hellebarde
4566
V. Arie 17898
M. Fora
MV. Elza’s Fox
f. A Timm, Brande
Mando
15050
V. Manus
M. Doortje 24
MV. Jetje’s Arthur
f. A. Arts, Haps
Alfi
18355
V. Alpenrex
M. Pieta 80
MV Prins 2
f. A Egelmeers, Wanroy
Osram
80991
V. Louis
M. Tonia 129
MV.ED Thor Red
f. A. Egelmeers, Wanroy
Parole
930765
V. Louis
M. Pieta 138
MV. Alva 4
f P Geene-Egelmeers, Wanroy

Moergestel, oktober 2003 Fr. Kuijpers.
Bronnen: Periodieken, dissertaties en catalogi uitgegeven door de diverse Stamboeken
Roodbontnummer De Veldbode 1928; Preferentenboek NRS

Zie ook Invloed stieren uit Gld/Ov