Tegelijk met de introductie van de Noord-Amerikaanse zwartbonte koe, de Holstein Friesian, in Nederland ontstond een nieuw fenomeen, namelijk dat van de spermaverkopers. Ze bezochten menige veehouder, en ook de KI-verenigingen om het HF-sperma aan de man te brengen. Nu was in de VS en Canada sinds kort ook de roodbonte variant, de RHF erkend voor de stamboekregistratie. En dus werden rond 1975 de eerste MRIJ-koeien drachtig van een RHF-stier. In de herfst van 1978 bracht Pieter Heemskerk de eerste vaarzen uit deze kruising in Hooge Mierde voor het voetlicht. Toen bekend werd dat Zeger van Pelt enkele RHF-kruislingen zou tentoonstellen op de massaal bezochte Werktuigendagen van de NCB in 1979 in Liempde ging het bestuur van de Provinciale Bond voor de Rundveefokkerij tot actie over.
Aanleiding
Het was kort dag. Bestuurslid Graad Wassenberg had goede contacten met van Mulukom, de voorzitter van de expositie in Liempde en dank zij hem lukte het om in 1979 een provisorische stand te huren. Pas twee weken voor de tentoonstelling kwam een vrijgekomen stand in de buitenlucht weer beschikbaar. Met enkele palen en een zeildoek als dak werd een standplaats gebouwd voor een drietal koeien. De eerste dag op 9 mei stonden 2 koeien van Toon Teurlings uit Helvoirt geëxposeerd plus de koe Helma van Theo van Heeswijk uit Boxtel. De koeien gingen ’s avonds weer naar huis terug en voor de tweede dag kwam Helma weer terug, nu vergezeld van twee koeien van Theo van Zoggel uit Schijndel.
De MRIJ-koeien waren uitgezocht op uiers, bespiering en goed melk met hoge gehalten. De stand trok veel publiek. Uiers en vooral ook benen worden bij zo’n gelegenheid erg kritisch bekeken, terwijl macht imponeert en een mooie kleur het ook goed doet.
Het succes was groot met vele instemmende reacties. Toon Teurlings was de hele eerste dag incognito aanwezig en hij genoot! Meegenomen door de bezoekers zijn 1600 folders en 500 stencils met de gegevens van de koeien.
In de stand van tegenhanger Caneda Holstein stonden een drietal eerstekalfs vaarzen van Branderlea Cit Topper. Het waren smalle armgespierde dieren met twee goede en een minder goed uier. Ze gaven veel melk, maar het vetgehalte was onderuit gegaan, waarschijnlijk door pensverzuring. De goede naam die Topper later zou krijgen was aan deze vaarzen niet af te lezen.
Vervolg
In 1981 verzorgde de PBR een stand met topkoeien in de tent van het Consulentschap op het
terrein op Landgoed Velder. Ditmaals met drie dieren van de rassen roodbont MRIJ, zwartbont FH en zwartbont HF. Ze toonden een hoge productie in combinatie met duurzaamheid. De folders vonden weer gretig aftrek.
Elders op het terrein waren de spermahandelaren Heemskerk en van Pelt met hun stands present, echter zonder dieren.
Nieuwe opzet
Bij de volgende editie in 1983 begon de animo in het bestuur wat te tanen. De nieuwe voorzitter van de expositie in Liempde Broer Cunnen kwam echter met een nieuwe opzet. Hij bood een nieuwe ruime stand aan en zelfs een eigen levende havetent. Het PBR-bestuur reageerde positief op de voorstellen vanuit Liempde. Bondsvoorzitter Kees Verhoeven en de secretaris togen naar West-Friesland naar Bovenkarspel, waar op de West_Friese Flora al vele jaren de top van zwartbonte koeien geëxposeerd werd. De voorzitter van de Noord-Hollandse Bond Siem Moeijes wees op de kneepjes van het vak om de expositie zo goed mogelijk uit te laten komen.
Samen met de Regionale Bonden bracht de PBR in Liempde 11 topkoeien rood- en zwartbont voor het voetlicht. Nog aangevuld met drie ET-kalveren en vier slachtstieren
In de expositie ook een drietal roodbonte kruislingen. Kruisen was niet langer taboe sinds de oprichting van de MRIJ-commissie. Het doel was immers geschikte kruislingstieren te verwerven voor de boeren met MRIJ-koeien. Een programma met goed resultaat met de successtieren Leon en Robert 5. Maar dat kon men toen nog niet weten.
Vanwege de grote toeloop van bezoekers ging de expositie in Liempde van 2 naar 3 dagen; de 3 dagen voor Hemelvaart.
Steeds meer aandacht
In 1985 zag het zwart van de mensen in de levende havetent. De PBR exposeerde 13 koeien;
4 roodbont MRIJ; 4 roodbonte kruislingen waarvan een teruggekruist en 5 zwartbonte HF.
Daarnaast 4 kalveren uit ET. Een mooie aanvulling gaf het Proefstation voor de Rundveehouderij met vleeskalveren en karkassen van slachtdieren.
Wat nog opviel tijdens het brengen van de koeien naar hun plaatsen: de grote vreetlust van de Holsteins. Onderweg bietsten zij – waar mogelijk – de nodige happen hooi mee. De roodbonten daarentegen vlijdden zich in het ligstro neer en begonnen gemoedelijk te herkauwen.
De vraag wat te doen na de eerstekruising stond centraal; de meeste boeren wilden dicht bij MRIJ blijven vanwege behoud van bespiering, terwijl het hogere eiwit in de melk ook ging meespelen; de melkcontingentering was immers ingevoerd. Vrij algemeen werd dan ook teruggekruist met MRIJ. Veehouders die wel doorgingen met kruisen hadden meestal als motief verbetering van uiers. De melkproductie van de MRIJ was bijna altijd wel goed. Anders was de reactie van veel bedrijfsopvolgers, die sloegen radicaal een andere weg in door direct over te stappen op zwartbont HF. Op de scholen was het er immers al vaak over gegaan. Zo veel mogelijk melken per koe werd bij hen het streven.
Nog meer dieren
Het werd steeds drukker in de veetent; dit tot genoegen van organisator Broer Cunnen.
In totaal niet minder dan 34 stuks in 1987. De nieuw gevormde KI Zuid-Nederland stelde 6 koeien op. Daarnaast brachten de Proefboerderij Cranendonk, het Charolaisstamboek en de Veecentrale dieren mee naar Liempde. De PBR-stand omvatte 12 koeien van de drie fokrichtingen, terwijl de vier kruislingen gesplitst waren in door- en teruggekruist.
In de stand werden door de PBR samen met NRS de mogelijkheden van het nieuwe RIS-systeem gedemonstreerd. Alles onder het thema: Wegwijzers in de fokkerij.
De resultaten van het terugkruisen vielen niet altijd mee; het verschijnsel van uitmendelen van eigenschappen deed zich voor. Ondertussen waren er enkele roodbonte HF-stieren gekomen, die in hun fokkerij vrij goed aansloten bij MRIJ, zoals Franko en Red Mitchel. Deze stieren wonnen aan populariteit en kregen veel emplooi.
Na tien jaar
In 1989 bracht voor de laatste keer de PBR 10 koeien als keurcollectie uit de drie fokrichtingen. Met bij MRIJ de topkoe Lea 10 van Hein Thomassen in Nederweert als gevolg van de fusie van de PBR met Limburg. In de stand ernaast demonstreerde het NRS met het ARGOS-programma, het prille begin van automatisering op het veehouderijbedrijf. De publieke belangstelling was zoals steeds buitengewoon groot.
Bij het kruisingsprogramma was het nu de beurt aan stieren van eigen bodem met een of twee keer Holsteinbloed in de moederlijn. Ook daaruit kwamen redelijk goed passende stieren voor de dubbeldoelrichting zoals de stier Marty. Hoewel het MRIJ-bloed in de rasbalk slechts een ondergeschikte rol speelde en daar later zelfs niet meer zichtbaar was gaf de MRIJ toch de aanzet voor de eiwitverhoging in de melk, terwijl ook de scherpe hoekjes van het RHF-type, en later zelfs van het zwartbonte HF-type, er wat vanaf gingen. Later nog kwam de z.g. Boerenkoe als ideaal voor ons land naar voren. Was het MRIJ-ras, hoewel op afstand, daar niet behulpzaam bij geweest?
Wegwijzers trekpleister
Naar verluidt mocht Liempde gedurende de expositie tijdens deze drie dagen zo’n 75.000 bezoekers ontvangen. Een flink deel daarvan kwam in de loop van deze drie dagen ook de rundveecollectie op de PBR-stand bezichtigen en nam deel aan de discussie die deze veroorzaakte. Steeds met als richtlijn: Wegwijzers in de fokkerij.
Augustus 2025, Frans Kuijpers
